Algemeen

Chinchilla


Een nieuwsgierig knagertje
Chinchilla’s zijn knaagdieren, afkomstig uit de Zuid-Amerika (Andes). In het verleden werden ze gefokt om hun unieke vacht. Uit iedere haarwortel groeien wel 40 – 120 haren waardoor een dichte, zijdezachte pels ontstaat. Tegenwoordig worden ze als huisdier gehouden. Chinchilla’s zijn nieuwsgierig van aard en kunnen door hun krachtige achterpoten heel hoog en heel ver springen. Ze hebben daarom een ruime kooi nodig. Ze komen vooral ‘s avonds en ’s nachts tot leven. Door verschillende geluidjes, van piepen tot grommen, laten ze weten hoe ze zich voelen.

Welke chinchilla past bij jou?
Bedenk voor de aanschaf goed dat elk huisdier, ook de chinchilla, goed verzorgd moet worden. Zo moet je de kooi van de chinchilla wekelijks verschonen en dagelijks zorgen voor water, hooi en voer. Een chinchilla houdt niet erg van water, maar baddert graag in het zand. Een zandbadje hoort dus ook bij een goede verzorging. Je kunt kiezen voor een Kortstaart of een Langstaart chinchilla. De vacht is meestal donkergrijs, maar er zijn ook chinchilla’s in beige, bruin, wit en zwart.

Wat eten de chinchilla’s in de natuur?
De chinchilla is een planteneter (herbivoor). In de vrije natuur aten chinchilla’s voornamelijk sober voedsel: dorre grassen, kruiden en struiken. Chinchilla's mogen geen suiker, vet of vochtige bestanddelen eten omdat hun darmstelsel daarvan van streek kan raken. Om de plantencellen af te breken en de voedingsstoffen op te nemen, hebben ze een lang spijsverteringskanaal. Het natuurlijke voedsel bevat veel ballaststoffen, die een chinchilla nodig heeft voor een goede spijsvertering.

Wat voer ik aan mijn chinchilla?
Je kunt een chinchilla twee keer per dag voeren, de eerste maaltijd aan het begin van de avond (2/3) en de tweede (1/3) de volgende morgen. Geef twee keer per dag fris hooi en schoon water. Per dag eet een chinchilla ongeveer 35 gram Hope Farms Chinchilla SuperTrio, een complete voeding die in alle natuurlijke voedingsbehoeften voorzien. Voer af en toe een blaadje groen (andijvie) of wat grashalmen. Heel beperkt lekkernijen voeren, zoals appel, wortel, rozijnen en noten.